Reactie GGD Nederland op de brede heroverwegingen
Uitgegeven: 07 april 2010 - 10:43
Laatste wijziging: 08 april 2010 - 09:14
Begin april zijn 20 ambtelijke werkgroepen gekomen met voorstellen op 20 beleidsterreinen waarmee de overheid geld kan besparen. Ieder rapport bevat een variant die leidt tot 20 procent besparing op de uitgaven. Het kabinet heeft de rapporten laten opstellen om politieke keuzes voor te bereiden voor toekomstige bezuinigingen. In een eerste reactie ziet GGD Nederland in de heroverwegingen een combinatie van interessante kansen en grote bedreigingen.
Enerzijds is er uitgesproken positieve aandacht voor preventie (bijvoorbeeld effectief preventief beleid kan uitkeringsafhankelijkheid van jongeren voorkomen) en - onder voorbehoud - ook positieve aandacht voor bijvoorbeeld het binnenmilieu in het onderwijs. Daarnaast overdracht van gezondheidstaken naar gemeenten en verzekeraars (waarbij de onderlinge verdeling nog niet is uitgekristalliseerd). Anderzijds een kritische blik naar effectiviteit van de zorg aan zorgleerlingen, schrappen van de begeleiding voor licht verstandelijk gehandicapten, bezien van een verdere opschaling van veiligheidsregio's en een beperking van de financiering van gemeenten; uit een eerste inventarisatie van de rapportages van de werkgroepen wordt duidelijk dat de gemeenten vier keer bijdragen aan de bezuinigingen van het Rijk.
Enkele reacties op passages uit de heroverwegingen:
Preventie
Het College van zorgverzekeringen heeft in 2007 vastgesteld dat via de Zvw de individuele preventie ter voorkoming van een hoog risico op ziekte kan worden gedekt, maar dat dit niet geldt voor de meer collectieve preventie die daaraan voorafgaat. Dat is het (lokale) domein van de Wet publieke gezondheid.
Preventieve gezondheidsbeschermende instrumenten in de zorg zijn gericht op het voorkomen van ziekten, bijvoorbeeld vaccinatie en screening. Daarnaast zijn er gezondheidsbevorderende maatregelen en bevordering van gezond gedrag. De omgeving kan gezondheid bevorderen: bijvoorbeeld de aanwezigheid van groen en speelruimte. Gezond gedrag wordt daarnaast mede bepaald door opvoeding, sociale omgeving en cultuur. Maar gezond gedrag heeft daarnaast vooral met individuele keuzes te maken. Aan veel voorkomende chronische ziektes, zoals diabetes en COPD, liggen naast familiaire of individuele factoren ook omgevings- én gedragsfactoren ten grondslag. De inzet van preventieve maatregelen kost geld (bijv. vaccinatie), maar kan bijdragen aan beperking van de kosten van zorg (voorkomen van ernstige ziekte).
Vanwege het effect van ongezond gedrag op de kosten kan het zowel voor de overheid als voor zorgverzekeraars aantrekkelijk zijn om meer aan preventie te doen. Preventieve maatregelen komen evenwel vaak niet tot stand omdat de kosten en de baten niet bij de zelfde partij neerslaan. Zo kunnen de baten (lagere zorgkosten) van door een zorgverzekeraar gesponsorde preventie bij een concurrent neerslaan, als de verzekerde naar een andere verzekeraar is overgestapt. Dat betekent dat het effectief en (op langere termijn) kostenbesparend kan zijn om kosteneffectieve preventieve interventies in het basispakket dan wel het aanvullende pakket op te nemen.
Jongeren met problemen
Een steeds groter aantal jongeren blijkt niet in staat om aansluiting te vinden met de samenleving (werk, participatie). De laatste jaren is de instroom in de Wajong verdubbeld. Effectief preventief beleid kan uitkeringsafhankelijkheid voorkomen en daarmee kosten voor zorg en uitkeringen. Daarom is winst te behalen door de regie over het brede front van preventief beleid eenduidig te beleggen. In regionale verbanden kunnen gemeenten een rol spelen als regievoerder en de verbinding leggen tussen zorg, onderwijs en sociale zekerheid. Met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is een deel van de verantwoordelijkheid al daar belegd. Die regierol kan nog worden versterkt door gemeenten ook bestuurlijk en financieel verantwoordelijk te stellen voor de jeugdzorg, jeugd-lvg en het speciaal onderwijs. Concreet betekent dit dat de budgetten voor jeugdzorg en speciaal onderwijs naar gemeenten overgaan. Gemeenten krijgen de wettelijke taak om de kansen van probleemjongeren op participatie te vergroten. Deze benadering kan een sterke impuls geven aan gemeenten om te komen tot een meer integraal preventief beleid.
Binnenmilieu en onderwijs
De kwaliteit van huisvesting en dan vooral het binnenmilieu heeft direct invloed op zowel de prestaties van leerlingen als die van de leraar. Het is de vraag hoe omvangrijk het effect precies is. Het onderzoek hiernaar is nog niet uitgekristalliseerd.
Zorgleerlingen
De toename van het aantal zorgleerlingen in het praktijkonderwijs, jongeren met een opeenstapeling van problemen op diverse leefgebieden, levert steeds meer problemen op. Voor een deel ligt de oorzaak van voortijdig schoolverlaten in het onderwijs zelf door bijvoorbeeld ontoereikende aanpak van verzuim en een ontoereikende aanpak op basisscholen om uitstroom naar het speciaal onderwijs te voorkomen. Een evenwichtiger verdeling van middelen tussen het onderwijs voor zorgleerlingen en het regulier onderwijs wordt voorgesteld. De maatregel kan zowel positieve als negatieve effecten hebben op andere sectoren. Zo zal een betere begeleiding van leerlingen naar werk de instroom in de Wajong beperken. Tegelijkertijd kunnen bezuinigingen op zorgonderwijs leiden tot extra kosten op sectoren zoals jeugdzorg en gemeenten in het kader van de WMO en leerwerkplicht.
Begeleiding licht verstandelijk gehandicapten
Er worden voorstellen gedaan om de begeleiding voor licht verstandelijk gehandicapten te gaan schrappen. Dat is geen AWBZ-zorg en het wordt open gelaten wat voor zorg dat dan moet zijn of helemaal niet. Het voorstel is om de grens op een IQ van 70 te gaan zetten iin plaats van 85, met als reden dat deze groep eindeloos groot is en groter wordt. Dit heeft directe gevolgen voor de OGGZ programma’s. Hier zal dan wellicht een groter beroep op worden gedaan.
Opschaling veiligheidsregio's
De veiligheidsregio’s hebben de vorm van ‘verlengd lokaal bestuur’, dat wil zeggen dat ze een verlengstuk zijn van de gemeenten ten behoeve van de onderlinge samenwerking. Voor de verbetering van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, de coördinatie op dat terrein en ten behoeve van gezamenlijke voorzieningen zijn 25 veiligheidsregio’s ingericht. Ten behoeve van de verbetering van de coordinatie bij rampen en crises wordt een opschaling van de veiligheidsregio's naar 10 voorgesteld. Dit zal consequenties hebben voor de voorgestelde territoriale congruentie.
Als laatste sluit GGD Nederland zich aan bij de conclusie van de VNG dat gemeenten fors gaan bijdragen aan de rijksbezuinigingen, namelijk door een korting op het Gemeentefonds, door het afschaffen van en korten op specifieke uitkeringen, door het overhevelen van taken naar gemeenten zonder voldoende middelen en als laatste de doorwerking van rijksbezuinigingen zal leiden tot extra kosten voor gemeenten. GGD'en zullen hier ook mee te maken krijgen. De komende weken zullen de rapporten daarom nauwkeurig worden geanalyseerd en beoordeeld op de consequenties voor de GGD.
